Tag stekken

De Vlinderstruik!


Wat is een vlinderstruik?

De vlinderstruik (Buddleja davidii) of herfstsering is de bekendste soort uit het geslacht Buddleja door zijn populariteit als tuinheester. In Europa is de soort vooral als tuinplant in gebruik maar de plant komt ook verwilderd voor.

vlinderstruik

De plant wordt vlinderstruik genoemd omdat de plant veel vlinders aantrekt. En heet ook herfstsering, omdat de bloeiwijze op die van de seringen lijkt. De plant bloeit met langwerpige bloei van juli tot september

De struik kan enige maar geen zeer strenge vorst verdragen, bij ong. -15 graden Celsius kan de plant sterven.

De bloemen van de wilde soort zijn lichtpaars, maar kwekers hebben ook donkerpaarse, roze en witte cultivars ontwikkeld. Geel bloeiende vlinderstruiken in Nederlandse tuinen behoren meestal tot Buddleja x weyerana, een hybride waarvan B. davidii een van de ouders is. Deze is matig winterhard. De meeste vlinderstruiken zijn bladverliezend maar er zijn ook groenblijvende soorten, de struik kan zo’n drie meter hoog worden.

De naam Buddleja is afgeleid van de Engelse botanicus Adam Buddle, de toevoeging Davidii verwijst naar de Fransman pater Armand David. De naam wordt soms als Buddleia gespeld, maar de versie met de j is de correcte (oudste) naam. De plant komt van origine waarschijnlijk uit China, maar nu zijn er meer dan honderd soorten bekend, waarvan de ‘in de winter groen blijvende B. globosa die bloeit met geurende gele ‘bollen’ en de sierlijke B. alternifolia met lila bloei kort op de afhangende takken tegenwoordig vaker in onze tuinen verschijnen.

 

klik hier!

 

Waarom Vlinders?


Waarom komen er vlinders op een vlinderstruik af?

vlinderstruikBuddleja heeft bloemen die speciaal gebouwd zijn op bestuiving door vlinders. De bloembuis is lang en smal, waardoor alleen insecten met een lange tong bij de nectar kunnen. De struik heeft nog een aanpassing aan insectenbestuiving: van een niet bestoven bloem is het hartje geel, en daarmee goed zichtbaar voor insecten. Na bestuiving wordt het rood, een kleur die insecten slecht zien.

In Nederland worden vlinderstruiken vooral bezocht door algemeen voorkomende dagvlinders, zoals Atalanta, Witjes, Kleine Vos, Distelvlinder en Gehakkelde Aurelia. De struik is zeer waardevol als voedselbron voor deze typische tuinvlinders, maar helpt weinig bij het redden van zeldzame vlindersoorten in Nederland. Deze komen niet op Buddleja af als vlinder, en ook hun rupsen hebben andere planten nodig.

vlinderstruik

Wie graag veel vlinders wil zien op een vlinderstruik, kan het beste kijken aan het eind van de ochtend op een zomerdag met zonnig weer en weinig wind. Als het erg droog is, kan het helpen om de struik een half uur tevoren water te geven. Dit stimuleert de nectarproductie, en dat ruiken vlinders. Om wekenlang te kunnen genieten van vlinders is het aan te raden om een vroeg bloeiende en een laatbloeiende Buddleja te planten. Of plant twee planten van dezelfde cultivar, waarvan de ene wel, en de andere niet teruggesnoeid wordt in het voorjaar. Dat scheelt ongeveer 3 weken in de bloeitijd. Door het jaar erna juist de andere plant te snoeien worden beide struiken niet te groot.

 

 

Klik hier!

Het snoeien van de vlinderstruik


Het snoeien van een vlinderstruik

Het is noodzakelijk om een vlinderstruik te snoeien.

Als je niet snoeit, kan de vlinderstruik wel vier meter hoog worden. Omdat de takken dan steeds ouder worden, verhouten ze als het ware. Hierdoor bloeien er bijna geen bloemen meer op. Om dit te voorkomen is het van groot belang dat je in de maand maart de vlinderstruik steng terugknipt.

Er mag een heel stuk van de vlinderstruik af.  Je doet het goed als de plant nog zo’n vijftien centimeter boven de grond steekt. Zorg in ieder geval dat alle zwakke scheuten en dode takken worden weggesnoeid. Ook alle takken die de verkeerde kant op groeien mogen weg.

vlinderstruik

Dat je in het voorjaar snoeit, maakt niets uit omdat deze heester bloeit op de twijgen die hij dit jaar maakt. Door hem heel streng terug te knippen stimuleer je de struik tot het maken van jonge twijgen. Daar zal hij dit jaar op bloeien. Zo houd je de vlinderstruik jong, krachtig en rijkbloeiend. Bovendien beperk je hem een beetje in zijn omvang. Zelfs als je de struik rigoureus terugsnoeit, zal de struik dit seizoen weer zo’n twee tot drie meter hoog worden.

 

 

 

Klik hier!

 

Stekken van de vlinderstruik


7 tips voor het stekken van een vlinderstruik.

Het stekken van een vlinderstruik betekent dat je de vlinderstruik gaat vermeerderen. Er ontstaan nieuwe vlinderstruiken.  Deze methode wordt houtstek genoemd in tegenstelling tot bijvoorbeeld de wortelstek.

7 tips om dit te doen:

1)Stekken kan het hele jaar door als het maar niet in de volle zon gebeurd en als de grond maar niet te nat is. De houtstek doe je in de winter.

2)  Het beste kun je stekken maken van 3 knopen waarbij je net bij een verdikking onder een knoop snoeit, daar maakt hij namelijk de beste wortels aan.
Stekgrond of stekpoeder is niet nodig.

3) Omdat je in de winter gaat stekken mag je de struik niet al te drastisch snoeien. Een paar takken geeft je al voldoende hout om stekken te nemen. Bovendien overleeft de struik dan zonder problemen.

De stekken snijd je op ongeveer 20 centimeter maar belangrijk is dat je minstens 2 bladknopen behoudt. Als de bladknopen te dicht bij elkaar staan, mag je er gerust eentje meer overhouden.

vlinderstruik

 

 

 

 

 

 

4)Verlies de gouden regel van het stekken niet uit het oog: de onderkant blijft de onderkant! De onderste bladeren verwijder je dan omdat deze toch in de grond komen.

5) Een rechte wonde (onderaan)  blijft een kleinere (bewortelings)oppervlakte houden dan een schuine wonde. Hoe groter het worteloppervlak, hoe groter de slagingskansen voor de winterstek.

6) De jonge worteltjes zullen snel met elkaar verstrengeld raken wanneer de stekbundel te lang in de grond blijft staan. Om de stekjes daarna los te maken is niet alleen een vervelend maar ook een bijzonder ‘gevoelig’ werkje.

7) De bovenste wonde is een “open” wonde en daarom ook heel vatbaar voor binnen dringende bacteriën, schimmels en voor uitdroging. Een druppeltje hars (= kaarsvet) zou dus preventieve wonderen kunnen doen!

Klik hier!

 

 

Verplaatsen van de vlinderstruik


Een vlinderstruik veilig verplaatsen.

Vlinderstruiken laten zich meestal vrij gemakkelijk verplanten, als de wortels zo min mogelijk worden aangetast. Verplanten kan het beste gebeuren als de plant in rust is (vanaf de herfst) of vlak voordat de nieuwe groei begint (einde winter of in het vroege voorjaar). Dan hebben de wortels de beste kans om opnieuw te groeien.

vlinderstruik

Een vlinderstruik stelt zich in op de plek waar hij groeit, qua zon en bodem. Als de omstandigheden veranderen, doordat de vlinderstruik verplaatst wordt, dan moet de plant zich aanpassen. Dat valt niet mee, het herstel duurt even. Meestal verloopt het verdraaien van de bladstand naar het licht toe het snelst. Onder de grond vormen planten wortels. Aan de dikkere wortels groeien heel fijne en kwetsbare haarworteltjes. De dikke wortels functioneren vooral als aan- en afvoerkanalen en ze verankeren de plant in de grond. Via die haarworteltjes nemen planten water en voedingsstoffen op en scheiden ze kleine hoeveelheden afval- en signaalstoffen uit. Als een vlinderstruik wordt verplant, worden grote hoeveelheden minieme haarworteltjes van de plant losgetrokken en krijgt de struik grote moeite met z’n stofwisseling. Dat moet hij eerst herstellen om er niet aan onderdoor te gaan. Tijdens die herstelperiode kunnen andere delen van de plant worden opgeofferd omdat daar niet voldoende voedingsstoffen en/of water voor beschikbaar zijn. Hoe sneller een plant zich herstelt, des te minder kans op schade.

Doe het dus alleen als er goede redenen voor zijn en let op de wortels tijdens het verplaatsen. Kies ook de juiste periode.

 Klik hier!